Clubgeschiedenis
Blauw-Wit
"Bij Blauw Wit kan alles, bij Blauw Wit slaagt alles prachtig"
de geschiedenis van een Amsterdamse korfbalclub van 1916 tot 1941
Voorwoord
Dit stuk is geschreven in het kader van het doctoraal werkcollege "de sociale geschiedenis van de sport". Dit college stond onder leiding van de heer Stevens, docent aan de Universiteit van Amsterdam. Wie dit stuk gaat lezen om alles te weten te komen over uitslagen, teamindelingen en kampioenschappen zal niet al te veel van zijn of haar gading vinden. De nadruk ligt op de (eventuele)ideologische en sociale achtergrond van de Amsterdamse korfbalclub "Blauw Wit". Ik heb mij om praktische redenen moeten beperken tot de periode 1916 1941.
In het eerste hoofdstuk schets ik de landelijke ontwikkeling van de korfbalsport. In het tweede hoofdstuk komt kort de Amsterdamse situatie aan bod. Daarna volgt hoofdstuk drie, de geschiedenis van Blauw Wit. Met het oog op de clubleden heb ik ruim geciteerd uit de notulenboeken, pamfletten en clubbladen.
Enkele mensen zou ik willen bedanken. De heer Stevens zou ik willen danken voor zijn nauwkeurige controle van mijn werk. Er viel inderdaad wel het een en ander te verbeteren. Enkele leden van Blauw Wit zijn mij zeer te wille geweest. Met name de voorzitter, Hans Fontijn, zou ik willen noemen.
Ik heb helaas maar de helft van het prachtige archief kunnen doornemen. Hopelijk vindt iemand anders tijd om de periode na 1941 in kaart te brengen, of om de foto collectie uit de jaren twintig en dertig eens nader onder de loep te nemen.
Hans Luiten, februari 2000.
Opzet
1 Een algemene inleiding over korfbal in Nederland
1a Een Nederlandse uitvinding.
1b Verzuild?
1c Vrouwen gaan korfballen
2 De Amsterdams situatie
3 De geschiedenis van AKC Blauw Wit
3a Wandelen zonder drank
3b Geef Ons Kleine Cognacjes: van een zelfstanig GOKC naar Blauw Wit.
3c Het gewone volk stroomt toe, 1923 1941
3d De grootste club van Nederland in een gesloten bouwblok.
3e Een echte arbeidersclub?
3f Joop Westerweel
3g Via de markthallen naar de Joos Banckersweg
Gebruikte literatuur, archieven en periodieken
1 Een algemene inleiding over korfbal in Nederland.
la Een Nederlandse uitvinding
Rond 1900 maakten burgers zich in toenemende mate ongerust over het gevaar van verloedering van de oudere jeugd in de grote stad. Sport werd echter als een goede remedie gezien, vandaar dat een aantal mensen zich verenigde in de ABLO, de Amsterdamse Bond voor Lichamelijke Opvoeding. Alleen: er was geen geschikte sport voorhanden, die aan de criteria van de ABLO voldeed: goedkoop, in de open lucht te spelen, geschikt voor gemengde beoefening en een beroep doende op "alzijdige lichaamsbeweging"(1).
Een van de ABLO leden was de onderwijzer Nico Broekhuijsen, onderwijzer van de Nieuwe Schoolvereniging. Hij kwam op een studiereis naar Zweden in 1902 wel een geschikt spel tegen, dat "ringboll", "basketboll" of "handboll" genoemd werd. Van Broekhuijsen nam het spel mee naar Amsterdam, waar hij het onder de naam basketbal met zijn leerlingen op een terreintje aan de Jan Luijkenstraat probeerde. A1 snel werd de ring door de korf vervangen. De ABLO was enthousiast over deze gezonde sport(2) en vroeg Van Broekhuijsen daarom een spelleiderscursus voor onderwijzers te ontwikkelen, zodat zij het spel onder de jeugd van 12 tot 16 jaar zouden kunnen verspreiden.
Dit werd een succes, en daardoor kon Broekhuijsen al in 1903 de Nederlandse KorfbalBond (NKB) oprichten(3).
Het spel werd in de beginperiode vooral in Amsterdam, Rotterdam en Drenthe(4) gespeeld. Het bleef uiteindelijk vooral een Nederlandse Sport(5). In de loop der jaren twintig werden de spelregels langzaam geformaliseerd en aangepast. Zo ging de korf omhoog en werd het veld groter. Ook de tactiek nam een grotere plaats in. Het spel werd minder statisch en de keurige kleding al snel vervangen door sportkleding(6).
De NKB(7) groeide gestaag en kreeg in 1917 een professioneel bondsbestuur. Een landelijke competitie kwam er echter pas na de Tweede Wereldoorlog: daarvoor speelde de kampioen Noord Holland tegen die van Zuid Holland om het landskampioenschap.
De sport maakte een sterke groei door. In 1920 speelden ruim 7000 mensen korfbal, in 1933 19.000. Deze snelle groei kwam onder meer omdat nu ook volwassenen gingen sporten(8).
Opvallend is dat ook in de oorlog de groei zich doorzette. De Duitse bezetter stelde namelijk gymnastiek verplicht op de lagere scholen en hierdoor werd ook het schoolkorfbal bevorderd: in 1946 waren er al 28.000 korfballers in Nederland(9). In 1996 telde de KNKB ruim 94.000 leden(10). Zoals hierboven geschetst, werd de sport vooral door onderwijzers gepromoot.
Zo ontstonden de typische schoolverenigingen, zoals DEV11. Dat betekende dus dat korfbal een echt burgerlijke sport was, waar Jan met de Pet zich niet aan waagde.
Daarnaast kwam een deel voort uit de geheelonthoudersbeweging(12).
In de jaren twintig ontstonden de eerste korfbalclubs als onderafdelingen van de speeltuinverenigingen, waarvan veel arbeiders lid waren. In de jaren twintig gingen deze "arbeidersclubs", zoals Westerkwartier, de "burgerlijke" clubs in aantal en successen overvleugelen(13).
Lb Verzuild?
De verzuiling was slechts in geringe mate terug te vinden in de korfbalsport. Er was weliswaar een kleine christelijke korfbalbond(14), en ook werd er bij de socialistische Nederlandse Arbeiderssport- bond gekorfbald, maar het allergrootste deel van de korfballers sportte echter bij een strikt neutrale vereniging. Daarmee volgden de sportende arbeiders het standpunt van de SDAP, die er niets voor voelde om aparte socialistische clubs op te richten(15).
Het hart van de meeste korfballers lag duidelijk wel bij deze partij. Toen haar Amsterdamse wethouder Boekman in de jaren dertig door de slechte economie gedwongen werd de tarieven van de veldhuur te verhogen, werd er door de korfballers zeer verontwaardig gereageerd, waarop de SDAP zich op haar beurt weer teleurgesteld toonde in het verzet van de korfballers(16). Neutraal wilde echter niet zeggen: kleurloos en onverschillig ten aanzien van mens en maatschappij. Korfbal was immers niet zomaar een sport! Het was een beschaafde sport, waar mens en samen- leving beter van zou worden. Omdat er niet met de bal mocht worden gelopen, was ieder individu ondergeschikt aan het collectief, en zodoende werd individualisme tegengegaan(17).
Jongeren werden er rustiger van: "Bij de uitbreidingschplannen onzer stad zijn de kinderen vergeten (..) Een gezonde jongen gelijkt op een stoommachine, altijd stoom op Het spel is de veiligheidsklep Zijn energie en bewegelijkheid zal zich of gezond uiten, of in nutteloos gedoe en baldadigheid overgaan (..) Dan sart hij den man met een uniform aan, of gilt paarden na("18).
lc Vrouwen gaan korfballen
Rond 1900 was het erg nieuw dat vrouwen en meisjes werden aangemoedigd om aan sport te gaan doen, daarvoor kwam dat amper voor. Korfbal werd echter uitermate geschikt geacht voor meisjes. Het was beschaafd genoeg om ook door hen te worden gespeeld, en het collectieve karakter van de sport paste goed bij hun karakter: van meisjes werd in die tijd verwacht dat zij niet hun eigen ontwikkeling voorop stelden, maar dat zij zich vooral gedienstig moest gedragen. De meisjes mochten in het begin dan ook niet zelf scoren.
Dat meisjes mochten sporten was een ding, maar waarom er dan ook nog samen met jongens moest worden gespeeld behoeft een andere verklaring. Deze "co educatie" werd om verschillende redenen bevorderd. Meisjes en jongens leerden zo op een natuurlijke wijze met elkaar om te gaan, daardoor werden de verschillende rollen van jongens en meisjes ook duidelijker. Daarbij zouden met name de jongens zich door de aanwezigheid van de meisjes beschaafder gedragen.
Tegen dit samenspel was uiteraard veel kritiek, ook al omdat de meisjes slechts overheerst zouden worden door de jongens en bijvoorbeeld amper in balbezit zouden komen. Liefhebbers beweerden op hun beurt weer dat dat ongelijke balbezit geen probleem was, zoals een auteur in de jaren zestig hierover nog stelde: "ze zouden bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar een rol verschil tussen mannen en vrouwen in de opbouw van een aanval of verdediging, misschien zelfs wel naar een meer verzorgend motief in het vrouwelijk spelpatroon en een meer penetrerend motief in het mannelijke"(19).
Langzaam kregen vrouwen een belangrijkere rol in het veld, al had oud KNKB voorzitter Wilson daar duidelijk moeite mee: "Zuid krijgt een strafworp toegewezen. Mejuffrouw Vijfwinkel neemt hem. Zoiets had in onze dagen hoogstens in een korfbalnachtmerrie kunnen gebeuren("20).
Overigens werd en wordt korfbal niet altijd gemengd gespeeld. Rond 1920 bestond korte tijd "De Nederlandsen Heeren Korfbalbond, die actiefwas rond Nijmegen21. Bijna 10.000 dames spelen tegenwoordig in niet gemengde teams(22).
2 De Amsterdamse situatie
Amsterdam was de bakermat van het korfbal.
De Amsterdamse ontwikkeling kwam voor het grootste deel overeen met die van Nederland. Net als elders volgde de oprichting van de regionale Amsterdamse Korfbal Bond (AKB 191323), pas op die van de NKB(24).
Clubs als Westerkwartier en Blauw Wit streden binnen de AKB competitie om de hegemonie. De AKB was aangesloten bij de ABLO, die namens de gemeente de terreinen aanwees en verhuurde. Er was een groot tekort aan sportvelden in Amsterdam, maar dit gold zeker voor de korfbalvelden. Daarom gebruikten verschillende clubs het zelfde terrein(25).
In de jaren dertig speelden veel clubs op de terreinen van de speeltuinverenigingen. Aan het einde van de jaren dertig werden deze terreinen echter verhard, waardoor de clubs moesten uitwijken(26). De stedelijke competitie bleef lang, bij ontstentenis van een goede landelijke competitie, het belangrijkst. Pas in de jaren dertig zou dit veranderen. Het aantal leden steeg gestaag. In 1920 waren er 1505 leden, in 1927 2417, in 1933 speelden al 3400 Amsterdammers korfbal(27).
Het is mij niet duidelijk geworden of de werkloosheid van de jaren dertig nog invloed heeft gehad op de Amsterdamse groei. Omdat er geen reden is om aan te nemen dat Arnsterdam hierin afweek van de landelijke ontwikkeling, zal de groei zich waarschijnlijk hebben doorgezet.
3 De geschiedenis van AKC Blauw Wit
3a Wandelen zonder drank
De oorsprong van Blauw Wit ligt in de beweging tegen drankmisbruik. Deze stroming had weliswaar een gemeenschappelijk doel, maar was tegelijkertijd weer sterk verdeeld. Socialisten legden een nauw verband tussen de maatschappelijke wantoestanden en het drankmisbruik, christenen met de verzwakking van het geloof.
Daarnaast was er een neutrale geheelonthoudersbeweging, die het drinken meer als een individueel falen zag. Een van deze neutrale organisaties was de Nederlandse Onderwijzers Propaganda Club (NOPC.). Hieruit kwam in 1912 een jeugdorganisatie voort, de "Algemene Jongelieden Geheelonthouders- Vereeniging De Propagandist".
Deze JGOV telde zo'n 200 leden, waarschijnlijk leerlingen of kinderen van de NOPC leden. Een klein aantal leden colporteerde op onder meer de Zeedijk en de Nieuwmarkt het blad "Abstinentia". In het blad werd de kwalijke uitwerking van drank breed uitgemeten maar er werd geen enkel verband gelegd met de ellendige omstandigheden waar een groot deel van de bevolking in verkeerde. Blijkbaar had men daar weinig of geen oog voor.
Aanvankelijk waren ook enkele socialistische jongeren lid, maar die waren na een conflict in de beginperiode al vertrokken. Het merendeel van de leden wilde de club strikt neutraal houden(28). Uit het blad komt duidelijk naar voren dat de colportage er wel eens bij inschoot. Soms moest een lid moederziel alleen de Zeedijk proberen van de drank af te houden. De leden ondernamen wel veel andere activiteiten. Er werd uitermate veel gewandeld, tot Zaandam aan toe. Maar er was ook tijd en geld bij deze jongelui (van 12 tot 21 jaar) om een week op vakantie te gaan, op de fiets, waarbij een van de leden dan foto's maakte.
Men bereikte zo plaatsen als Arnhem en Elspeet. Onderweg werd er dan gecolporteerd. Wie naar de foto's kijkt, ziet goed geklede jongelui zelfverzekerd de camera inkijken(29).
Ergens in 1915 moet een van de leden het initiatief hebben genomen om ook het korfbal eens te proberen. Er werd iedere zondagmorgen om 10.00 uur op het terrein van Ons Huis aan de Rozenstraat gekorfbald. "Zij zou zich echter gaarne van goede voorlichting verzekeren", lees ik in Abstinentie, "Is niet een ter zake kundige bereid, het leiderschap over de korfbalclub gratis op zich te nemen?"(30).
Die leider werd gevonden in E.K. Oomkes en er werd verder gezocht naar een eigen terrein. In december 1916 werd een korfbalclub als onderafdeling van De Propagandist opgericht, die aan het einde van de Van Woustraat haar partijtjes speelde. De Geheel Onthouders Korfbal Club (GOKC) werd haar naam, oprichter was mevrouw Lies Simonis Pieters(31).
"Er is zelfs al een wedstrijd gewonnen(32)'', schreef het blad, maar veel stelde de club niet voor: er was geen eigen veld, er ontbrak materiaal en er waren weinig leden.
3b Geef Ons Kleine Cognacjes: van een zelfstanig GOKC naar Blauw Wit.
Toen de club in 1918 zelfstandig werd, trad er verbetering in de situatie in. Speelde men in het seizoen ' 18 ' 19 met een tweetal twaalftallen, aan het seizoen ' 19 '20 werd met drie twaalftallen begonnen. Zij telde toen inmiddels 44 leden. Het grootste probleem voor de club was echter om dit aantal leden ook vast te houden, want vanaf dit moment liep het aantal leden alleen maar weer terug. In het seizoen '20 '21 kon er nog maar een team worden opgesteld. Er waren toen nog 32 leden, verder in 1921 nog maar 14 leden(33).
De contributie bedroeg toen fl. 0,25 per week(34). Als een van de oorzaken van de leegloop kan de slechte bereikbaarheid van het speelveld genoemd worden. De club speelde aanvankelijk in het Oosterpark, maar moest daarna naar een afgelegen veld aan de Zeeburgerdijk om te spelen. Frappant is dat dit terrein aan de geheelonthouders verhuurd werd door een café eigenaar, die zelf meespeelde en af en toe de huur "vergat" te innen. Daarna speelde men aan de Fazantenweg (een terreintje aan de overkant van 't IJ) en aan de Ouderkerkerdijk(35).
Een andere oorzaak lag volgens een aantal leden in doelstelling van de GOKC, de propaganda voor de geheelonthouding. De club hield zich aan de doelstelling zo werd er voor de feestavonden gevraagd om een "geheelonthoudersbuffet" maar daar leek het ook wel bij te blijven. De voorzitter, J. Wagenhuizen, dacht daar echter anders over. Deze man, die de kleine club op wel zeer formele en autoritaire wijze leidde zo was er een bestuur, dagelijks bestuur en een voorlopig dagelijks bestuur om de 44 leden te leiden, en de secretaris Scherpenisse, vonden dat de club op dit punt verloederde. Zij zullen zich daarom waarschijnlijk wel gestoord hebben aan het grapje onder de leden dat GOKC ondertussen ook "Geef Ons Kleine Cognacjes" betekende. Wagenhuizen en Scherpenisse waren het die de contacten met andere geheelonthouders bijhielden, zoals de JV036 en het pas opgerichte Algemene Nederlandse Geheel Onthouders Sportverbond(37) (ANGOS).
De andere (bestuurs)leden hielden zich met hele andere zaken bezig. Toen Wagenhuizen daadwerkelijk de zaak wilde aanpakken, brak er een conflict uit. De voorzitter wist het in 1921 namelijk gedaan te krijgen dat de club zich aansloot bij de JVO, waarvan ieder GOKC dan ook lid zou moeten worden. Dat stuitte op verzet, want kort daarna moest hij zich fel verdedigen: "dat wij gezamenlijk moeten trachten na de ll. Gehouden Huish. Vergadering, waarin besloten werd het verplichte lidmaatschap van 'n erkende GO Bond, de GOKC weer in zijn oude goede banen te leiden. Hiervoor is noodig dat we een lichaam hebben waar de leden van gehaald kunnen worden, m.a.w. samenwerking is een vereiste. Vanzelfsprekend is 't daarom dat we hiervoor moeten aankloppen bij de grootste jeugdorganisatie op onth gebied in Amsterdam, zoodat we dus moeten beginnen met samenwerking te zoeken met de JVO''38. Zijn pleidooi hielp niet. In de daarop volgende voorlopige bestuursvergadering "bekende" mede- bestuurslid G. Lotte dat hij mede ondertekenaar was van een brief van de hand van Van der Heijden, waarin werd voorgesteld om juist de geheelonthouding maar te vergeten, geen lid te worden van JVO en als club een andere naam aan te nemen.
Later beweerden oud leden dat er teveel tijd aan de colportage opging om nog tijd over te houden voor het korfbal. Dit was waarschijnlijk wel wat overtrokken, gezien de opkomst bij de colportages, maar de boodschap was duidelijk(39). Wagenhuizen viel Lotte daar fel op aan en vroeg hem of hij wel al lid van JVO was geworden. "Lotte schudt van neen", staat er in de notulen, waarop als strenge voorzitter Warmenhuizen meldde dat hij in dat geval als bestuurslid kon worden ontslagen.
De voorzitter kon een extra ledenvergadering niet tegen houden, waarop het conflict in alle hevigheid losbarstte. De notulist, de secretaris Scherpenisse zelf, heeft in de notulen uitgebreid zijn eigen antwoord op het voorstel van de "opstandigen" geciteerd: "..niet alleen hebben we hier te maken met een organisatorische algehele reorganisatie van GOKC maar tevens berust dit voorstel op 'n unfaire handelswijze. Een enigszins bekend organisatieman moet erkennen dat het feit dat hier wordt voorgestaan door enkelen, niet strooken kan met de eerlijkheid. Mag men hier een GO club opofferen om 'n niet GO club tot stand te brengen? Iemand met een beetje inzicht in zaken zal hier moeten erkennen de vuiligheid en laaghartigheid die in dit voorstel is vastgelegd. (..) Blauw Wit zal in hetzelfde moeras terechtkomen, waaruit wij GOKC met zoveel moeite trachtten te halen "(40).
De teleurgestelde Wagenhuizen en Scherpenisse verlieten de vergadering en daarmee ook de club, de schaarse resterende leden zetten de club om in een neutrale korfbalvereniging. Kort daarop werd de nieuwe naam Blauw Wit en het bijpassende tenue gekozen(41).
Waarschijnlijk ervoeren de meeste leden de veranderingen niet als een grote breuk. Als oprichtingsdatum werd en wordt daarom nog steeds 1916 aangehouden. De GOKC leden waren over het algemeen sterk bij hun club betrokken. Ledenvergaderingen werden door verreweg de meesten bezocht. Je kon ook niet zomaar lid worden, pas na een zwaarwegende ballotage kon je worden toegelaten. Allerlei zaken werden tot in den treure besproken en genotuleerd, zoals de vragen wie de hoofdrol in het jaarlijkse toneelstuk mag spelen, wat er moest gebeuren met gevonden kledingstukken ("de blouse mocht hij aan zijn moeder geven of anders naar de jood brengen").
Sommige leden vonden het beschaafde korfbal even goed te ordinair worden en weigerden te spelen "als men 't schreeuwen enz in den wedstrijd niet laat".
Uit de notulen spreekt soms een wat benauwde sfeer, van "vergaderingetje spelen". Een invaller notulist schreef eens ironisch over een dergelijke vergadering dat "hierdoor deze dreigende kabinetscrisis tot een allesbevredigende oplossing was gebracht"(42).
Ondanks dat het gerucht ging "dat de dames steeds koffiepraatjes houden op bestuursvergaderingen", schenen de meeste leden het te accepteren dat vrouwen lid werden van het bestuur.
3c Het gewone volk stroomt toe. 1923 1941
A1 kort na de "oprichting" van Blauw Wit in 1921 werden er plannen gesmeed om aansluiting te zoeken bij een speeltuinvereniging. Een dergelijke aansluiting bood velerlei voordelen. Zo kreeg men een speelveld, nog immer een probleem dat nu moest worden opgelost door het huren van het IJsclubterrein op het Museumplein.
Men kon bij de speeltuinvereniging gebruik maken van het clubgebouw en men had zo groter ledenpotentieel. In 1923 sloot Blauw Wit zich als onderafdeling aan bij de Westerspeeltuin, waarvan net de korfbalclub "de Wester" was opgeheven. Gespeeld werd er sindsdien aan het J.J. Cremerplein in het Van Lennepkwartier. De club telde in 1926 112 leden, terwijl de eerste sportieve successen werden behaald. Het terrein was echter te klein voor wedstrijden van het eerste, zodat er voor dit team toch moest worden uitgeweken naar de Zuidelijke Wandelweg.
3d De grootste club van Nederland in een gesloten bouwblok.
In september 1927 werd er daarom aansluiting gezocht (als onderafdeling) bij de speeltuinvereniging "Plan West". De meeste leden gingen mee, een klein deel bleef kwaad achter en richtte "de Wester" op. Op het terrein aan de Van Speijkstraat ('het Park") begon de bloeiperiode van Blauw Wit, onder leiding van de voorzitter Joop Westerweel. Het clubhuis ("een houten geval, Ons Honk") stond aan de Van Kinsbergenstraat. Op deze plek groeide Blauw Wit uit tot een echte volksclub, met een almaar groeiende aanhang. De club telde bijna 260 leden en kwam uit met 19 twaalftallen, waarvan er 3 in de NKB competitie speelden(43).
Het speelterrein lag midden in de wijk, in een gesloten bouwblok, en op ieder moment van de dag trokken er buurtkinderen naar het veldje om er te oefenen. "We hadden niets anders, het speeltuinveld was het enige en we deden er alles voor "(44). Een aantal oudere leden, die af en toe nieuwsgierig informeerden wat ik met die oude papieren uit hun archief aan het doen was, vertelde mij dat er bij belangrijke wedstrijden enkele duizenden mensen langs de kant stonden, en ieder clublid herinnert zich het verhaal dat, toen er wegens wangedrag een wedstrijd zonder publiek moest worden gespeeld, de omringende daken en balkons uitpuilden van de mensen(45).
Onvolledige teams kwamen niet voor, er werd desnoods een brul langs de gevels gegeven en dan doken er altijd een aantal vervangers op. In het krakkemikkige clubhuis was altijd wat te doen, zoals schaken en een kaartje leggen.
3e Een echte arbeidersclub?
Het is niet helemaal zeker uit welke klasse de club in die tijd haar leden betrok. Liepen er nog oude "burgerlijke" leden rond uit de tijd van GOKC? Mijn indruk is dat deze onderwijzerskinderen voor het merendeel verdwenen waren. Er waren ook nog steeds onderwijzers lid van Blauw Wit, maar bijna ieder huidig lid en ieder gedenkboek typeert de club als "een echte arbeidersclub".
Op zich niet verbazingwekkend. De speelterreinen lagen immers steeds midden in arbeiderswijken als het van Lennepkwartier en de Baarsjes en speeltuinverenigingen waren echte "volkse" clubs. Wie de speeltuinverenigingen nader onder de loep neemt, krijgt daarmee ook beter zicht op de vereniging Blauw Wit.
Nu is mij over de speeltuinvereniging Plan West niet zoveel bekend geworden, daarom neem ik de Westerspeeltuin er nog even bij. Deze speeltuin, waarvan Blauw Wit dus tot 1927 een onderafdeling was, was aan de socialistische en radicaal liberale beweging gelieerd. Haar oprichting in 1908 was gestimuleerd door Ons Huis, de gebouwen waren belangeloos neergezet door Berlage en bij jubilea stonden sociaal democratische gemeenteraadsleden vooraan. Deze speeltuin telde maar liefst 1400 leden.
Dit soort initiatieven bereikte vooral de geschoolde arbeiders, de laaggeschoolde arbeiders bleven uiteindelijk toch vaak buiten hun bereik. Naar grote waarschijnlijkheid zijn vanuit deze 1400 mensen de leden van Blauw Wit gekomen. Een oud lid van Blauw Wit noemt als oud leden dan ook een keur van beroepen op als meubelmaker, timmerman, schilder, stukadoor, ambtenaar, boekbinder en (werkloze) onderwijzers(46).
Deze laatste groep valt ook te verklaren: het beroep van onderwijzer was immers vaak de springplank voor geschoolde arbeiders om op te klimmen ("de kweekschool"). "Plan West" zal waarschijnlijk een identieke achtergrond hebben gehad als de Westerspeeltuin(47), maar het zou heel aardig zijn om ook deze speeltuinvereniging nog eens nader te onderzoeken.. Uiteraard stond in de dagelijkse praktijk voor de meeste leden het plezier voorop, maar bij de activiteiten van de speeltuinverenigingen speelde dus duidelijk op de achtergrond mee dat arbeiders en hun kinderen zo tot "zelfverheffing" konden worden gebracht. Zo had de Westerspeeltuin een speciale "anti straatschenderijclub" om goed gedrag op straat aan te leren(48).
Dit beschavingsoffensief was duidelijk ook terug te zien in het verenigingsleven van Blauw Wit van de jaren twintig en dertig.
Drank was dan wel toegestaan, maar het werd allerminst een losbandige boel. Op de verschillende feestavonden werden de leden getrakteerd op een verantwoord programma "muziek Abendglocken", "Volksweise" door het gemengd koor "Onder Ons", jazzmuziek, tableau vivants en een "Indian Band".
Feestavonden werden gehouden in het Gebouw voor de Maatschappij van den Werkenden Stand (Kloveniersburgwal), maar ook werd er gefeest in Krasnapolsky en Bellevue. Blijkbaar kon het gemiddelde lid zich de toegangsprijs van fl. 0,75 in 1926 permitteren. Ook werd er toneel gespeeld. Het programma van de jaren twintig kwam echter niet meer terug. Geen oproepen meer dat leden zoveel mogelijk voordrachten moesten houden, geen "kunstavond (..) met een tenor, een sopraan, bariton en strijkkwartet"(49) en niet langer meer de opvoering van Lohengrin van Wagner.
Politiek gezien was Blauw Wit een strikt neutrale club, over politiek werd eigenlijk als vanzelfsprekend niet gesproken. Toch was het iedereen duidelijk dat de meeste leden SDAP stemden, maar er waren ook leden met een andere achtergrond.
3f Joop Westerweel
Dé personificatie van dit beschavingsoffensief binnen Blauw Wit was wel de voorzitter, Joop Westerweel. Het was een zeer charismatische, dominante man. Hij werd in 1927 voorzitter(50), een functie die hij in 1932 neer moest leggen toen hij verhuisde naar Bilthoven waar hij een betrekking aan de idealistische en toen moderne Kees Boekeschool aanvaardde. Hij bleef overigens actief bij Blauw Wit. Westerweel verwachtte zeer veel van de korfbalsport: "Korfbal zuivert onze persoonlijke gevoelens, m.a.w. bevordert mensenkennis. Een spel dat zulke hoge eisen stelt aan het moreel van zijn beoefenaars, leert ons vroeg of laat hun karakter kennen. (..) Wat een ogenschijnlijk hechte vriendschappen heb ik zien stranden, nadat korfbal bepaalde waarheden had blootgelegd "(51).
Dat klinkt wat pessimistisch, maar hij ging er vanuit dat die vriendschappen door korfbal juist zouden groeien. De "eenheidsgeest", daar draaide het allemaal bij hem om. Onder zijn leiding groeiden de Pinksterkampen in de jaren dertig uit tot de gebeurtenis van het jaar, waarbij bijna de gehele club een week uit kamperen ging en serie wedstrijden speelde.
Het eerste kamp vond plaats in Bussum, maar daar mocht men niet meer terugkomen wegens "wangedrag": "dat velen zich zeer onvoldoende gekleed in het openbaar vertoonden (..) er waren er die weinig meer aan hadden dan een soort zwembroek(52), was de klacht.
Daarna werd het kamp in achtereenvolgens Velsen en Blaricum (het AJC terrein) gehouden. Veel leden bewaarden prachtige herinneringen aan deze kampen: "Hoe heerlijk was het niet 's avonds rond het kampvuur gezamenlijk te zingen en bij tussenpozen het druisen der zee te horen. "(53)
In het clubblad schreef Henk Koeman: "..wij leefden als vrienden en vriendinnen, wij hebben elkaar gesteund door saamhorigheid en vriendschap".
Joop Westerweel heeft op ieder lid een enorme indruk gemaakt. Op vergaderingen suste hij ruzies, hij stimuleerde kinderen om zich te ontwikkelen en had een groot overwicht. Daarnaast maakte hij zich sterk dat ook werklozen (jaren '30!) en mensen met een krappe beurs aan het verenigingsleven konden deelnemen(54).
Toen hij aftrad als voorzitter was hij zich ook wel bewust van de rol die hij vervuld had. "Pijnlijk is daarbij, dat mijn wijze van werken zoo geweest is, dat een vervanger voor een bijna onmogelijke taak staat. Slechts bij een zeer ernstige wil en uitneemende werkverdeeling zal het moogelijk zijn "Blauw Wit" op het hooge peil, dat bereikt is, te handhaven. Ik zeg dit niet, met de bedoeling me zelf te verheffen maar om de werkelijkheid goed onder ogen te zien"(55).
Er werd bij het afscheid in gebouw "De Ruiter" dan ook menig traan geplengd. Hij werd opgevolgd door Jo Croese, ook een bewogen idealist. Het bestuur hield een stevige greep op haar leden.
Menigmaal moesten leden zich ten huize van de voorzitter vervoegen, om verantwoording af te leggen over wangedrag.
A1 deze ruzies en discussies binnen de club werden minutieus genotuleerd, zodat we bijvoorbeeld nog steeds kunnen lezen dat ene S. Werker in 1933 "Ik zal je een klap op je smoel geven" heeft geroepen. Ook leden die niet op de wedstrijd verschenen werden krachtig aangepakt, met enige regelmaat lees je over geschorste leden. Als Blauw Wit tegen Westerkwartier moest spelen, werden de spelers bij de voorzitter thuis toegesproken zich vooral netjes te gedragen. Maar al met al leefde de club en had zij een sterke uitstraling.
Het is ook opvallend hoeveel bestuursleden in de NKB een grote rol speelden. Hiervoor noemde Westerweel Blauw Wit al een succesvolle club.
De sportieve successen zouden echter nog moeten komen. In 1936, 1937 en 1938 werd Blauw Wit Nederlands kampioen.
Sterspelers in die jaren waren de heren Adriaan en Bram de Cocq van Delwijnen, Werker, Gildemeester, de echtparen Helders en Woudstra, mevrouw Tichelaar, mej. Teysse en mej. Douwes.
De club werd geroemd om haar "krachtige en pittige spel", maar ook vanwege "het langdurig samenspel" en de "grote schotvaardigheid(56)".
Een ander sterk punt was dat vrouwen volwaardig meespeelden. Daarnaast stond Blauw Wit volgens sommigen bekend om haar sportiviteit. ''Ér werd nooit gemept, gerost'', zegt een voorzitter van een belendende vereniging over Blauw Wit, al blijkt alleen al uit het voorafgaande dat dit toch wel mag worden gerelativeerd(57).
3g Via de markthallen naar de Joos Banckersweg.
Toen de gemeente besloot het veld van "Plan West" te bestraten, moest Blauw Wit wel verhuizen. Daarnaast was er ook wel enige wrevel over de betutteling van de kant van de speeltuinvereniging. Na enige moeite kon Blauw Wit in 1941 met 3 andere clubs(58) een terrein achter de markthallen (Jan van Galenstraat) gebruiken.
Dat beviel toeh niet echt en al snel kon men een stuk grond achter de Admiraal de Ruyterweg betrekken, dat in het Amsterdams Uitbreidings Plan al als een terrein voor recreatieve doeleinden was bestempeld. De leden hebben toen met een hoop graaf en spitwerk het terrein zelf in een speelveld veranderd: '' de machtige populieren zijn er nog altijd het symbool van", zoals een lid het later uitdrukte. Het pas gebouwde clubhuis moest tijdelijk worden verborgen in een kelder aan de Admiraal de Ruyterweg, daar het anders zou worden opgestookt.
Het verenigingsleven kwam langzaam stil te liggen: door deportaties, door de honger, door het onderduiken. Een aantal joodse leden is in de oorlog omgekomen.
Enkele Blauw Witters waren actief in het verzet, waaronder Joop Westerweel. Hij is om die rol in het najaar van 1944 gefusilleerd(59).
1 Dat is korfbal, p. 33
2 Een mooi voorbeeld van deze gedachte: "doordat men de bal hoog moet gooien speelt men met opgeheven hoofd waardoor de borstkas wordt verruimd ", Algemeen Handelsblad 14.5.1938.
3 Dat is korfbal, p. 33. Onder redactie van KNKB.
4 In Drenthe waren militairen gelegerd, die korfbal speelden om in goede conditie te blijven. 60 jaar korfbal, p.22. Korfbal 2000, p. 64, p. 77.
5 Korfbal wordt in een twintigtal landen gespeeld, maar Nederland en Belgie steken wat betreft aantallen leden en spelpeil ver boven de andere landen uit. Korfbal 2000, p. 121.
6 Zie bijvoorbeeld de foto's in Korfbal 2000, p. 76.
7 De NKB werd in 1938 de Koninklijke Nederlandse KorfbalBond. Korfbal 2000, p. 81
8 Korfbal 2000, p. 84.
9 Korfbal 2000, p. 66. Van der Wal neemt deze cijfers over uit Van Bottenburg, Verborgen competitie, Amsterdam 1994.
Opmerkelijk is dat in Het Volk andere getallen worden genoemd, al komt men daar ook in 1943 op 25.000 leden. Het Volk, 8 mei 1943.
10 Korfbal 200O, p. 66.
11 De Eerste Vijfjarige HBS.
12 Als ik korfballers over hun sport spreek, roemen ze vaak de geheelonthouding als een typische "korfbaleigenschap". Een mogelijke verklaring: korfbal werd vooral door geschoolde arbeiders en onderwijzers gespeeld, die weer sterk betrokken waren bij de geheelonthoudersbeweging. Zie ook paragraaf 3a en 3d.
13 Dat is korfbal, p. 49. Korfbal 2000, p. 84.
14 De CKB werd opgericht in 1920 en had in 1933 1100 leden. Korfbal 2000, p. 66. In 1973 fuseerde de CKB met de KNKB. Deze laatste naam werd aangehouden. Korfbal 2000, p. 77 en p. 86.
15 Hans Dona, p. En de SDAP voorman HW Vliegen stelde: "sport mist ten eenenmale de eigenschap (.. ) dat zij de arbeiders inzicht in maatschappelijke problemen kon bijbrengen".
16 Het Volk 2.1.1936, Algemeen Handelsblad 27.6.1935, Telegraaf 31.12.1935.
17 Ook nu nog wordt korfbal "bij uitstek een teamspel" genoemd. Korfbal 2000, p. 63
18 Grase, een van de prominente leden van de ABLO, in het Algemeen Handelsblad van 24.6.1903.
19 Gedenkboek Blauw Wit 50 jaar.
20 Dat is korfbal. Den Haag 1949, p. 46.
21 Korfbal 2000, p. 70.
22 Korfbal 2000, p. 69.
23 Korfbal 2000, p. 77.
24 Korfbal 2000, p. 77.
25 Er waren onder meer velden aan de Amstelveensche weg, bij de Oostergasfabriek, de Reggestraat, de Van Hogendorpstraat, de Zuidelijke Wandelweg, Olympiaplein, Meeuwenplein, Mosveld, Tuindorp Oostzaan, het Parkschouwburgterrein en het IJsclubterrein.
26 Handelsblad, 26.8.1940.
27 De Telegraaf, 22.9.1933.
28 De jonge Algemene Diamantbewerkers Bond leden (sociaal emocratische vakbond) traden uit toen de vereniging een niet bij hen aangesloten diamantbewerker accepteerde. De Jeugd Organisatie van de SDAP trad uit na een conflict: "' Kapitalisme werd er steeds met de haren bijgesleept en tal van andere grote woorden werden door de vergadering geslingerd of 't maar niks was". Almanak van de Propagandist, 1917.
29 Er liggen in het archief van Blauw Wit hele mooie foto's uit de jaren '20 en '30!
30 Abstinentia januari/februari 1915.
31 75 jaar AKC Blauw Wit, p. 13. Daarnaast is er in het archief een prachtige brief van haar, vol spelfouten (d.d.6.1. 1967), die zij heeft getypt terwijl zij al slechtziend was.
Zij wilde de brief over dit onderwerp namelijk per se persoonlijk schrijven. Zij stelt: `'Het is nl. zo dat ik de club ruim 50 jaar geleden heb opgericht. Ik was toen bestuurslid van "de Propagandist". Had al eerder in een andere club gespeeld en vond het nodig dat er naast andere clubs in de Propagandist ook een korfbalclub zou komen".
32 Abstinentia januari 1918.
33 Wegwijzer in Kortballand, p. 8.
34 Notulenboek GOKC, 8.1.1921.
35 75 jaar AKC Blauw Wit, p. 11.
36 Jeugd Vereniging Geheel Onthouders.
37 De ANGOS telde in 1920 400 leden, bij 9 aangesloten clubs, waaronder 1 korfbalclub, GOKC.
38 Dagelijks Bestuurs Vergadering d.d. 14 september 1921.
39 Jubileumboek bij de herdenking van het 10-jarig bestaan van de Amsterdamsche Korfbalclub Blauw- Wit, december 1926.
40 Ledenvergadering d.d. 24.9.1921.
41 GOKC speelde in een wit shirt met een blauwe kraag. Het nieuwe tenue was het "Zebra tenue" dat nog steeds wordt gedragen.
42 Notulen bestuur 17.1.1936
43 Telegraaf februari 1933.
44 Dien Breed in "70 jaar Blauw Wit"
45 75 jaar AKC Blauw Wit, p. 13
46 75 jaar AKC Blauw Wit, p. 13
47 "Plan West" is enige jaren geleden opgeheven. Het terrein is nu een speelveldje. De Westerspeeltuin bestaat nog steeds en beheert een archief. Daarnaast schijnt de ASV (Amsterdamse Speeltuin Ver.) een archief te beheren.
48 Algemeen Handelsblad, 15 april 1916.
49 Notulenbestuursvergaderingd.d. 1.2.1923.
50 Westerweel woonde in die jaren nog pal naast de speeltuin, op het adres Van Speijkstraat 32 II.
51 Jubileumnurnmer Blauw Wit 1941.
52 Brief gemeentebestuur Stad en Lande van Gooiland d.d. 18.6.1930.
53 Henk Koeman in Jubileurnnummer Blauw Wit 1941.
54 Notulen bestuursvergadering d.d. 25.8 1933. Werkloze leden konden gratis mee, de overige leden betaalden fl. 1,75. Notulen bestuur 12.4.1935.
55 Clubblad Blauw Wit augustus 1932.
56 Dat is korf~al, p. 50.
57 75 jaar AKC Blauw Wit p. 11.
58 LUTO, Rohda, Westerkwartier
59 Voor Westerweel is in Israël ter herdenking een boom opgericht, met daarop een plaatje met nog enkele namen van Blauw Witters die in het verzet omkwamen. In de hal van de Blauw Withal hangt een herdenkingsplaat, in de Baarsjes is een basisschool naar hem vernoemd.
Gebruikte literatuur, archieven en periodieken Archieven
o Archief AKC Blauw Wit, gedeponeerd in de Blauw Withal, Joos Banckersweg Amsterdam. Hieruit onder meer de notulenboeken 1920 1929 en 1933 1935, clubbladen 1930 1941, gedenkboekjes 10, 25, 50, 60, 70 en 75jarig bestaan.
o Uit het gemeentearchief Amsterdam
o verschillend materiaal van verscheidene Amsterdamse korfbalverenigingen, zoals Gedenkboekje "De tweede Vijfjarige", 1902 1907, materiaal van Allen Weerbaar 1914 1986, etc.7 etc.
o Wegwijzer in Korfballand, uitgave Blauw Wit.
o Hartkamp collectie (1900 1915) en Persdocumentatie (1915 1940) knipselarchief betreffend korfbal: stukken onder meer uit het Algemeen Handelsblad.
Literatuur
o Almanak van de Propagandist. Z.p., 1917.
o Holland korfballand. Netty Boogers en Fred Troost. Amsterdam 1984.
o Het korfbalspel: zijn ontwikkeling en beteekenis en hoe het gespeeld wordt. Nico Broekhuijsen. Amsterdam 1927.
o Korfbal, sport voor iedereen. Hans Broers. Deventer 1969.
o Sport en socialisme, de geschiedeni~ van de Nederlandse Arbeiderssportbond 1926 1941. Hans Dona. Amsterdam 1981.
o Dat is korfbal. Onder redactie van de KNKB. Den Haag 1949.
o Geschiedenis en sport in Amsterdam Peter Jan Mol, Amsterdam 1998
o Ons Huis, 100 jaar buurthuiswerk in Amsterdam. M. Soree en M. Snepvangers. Amsterdam 1992.
o Korfbal 2000. H. Van der Wal e.a. Reduzum 1996.
Periodieken
o Abstinentia, uitgave van de Jongelieden Geheel Onthouders Vereeniging, jaargang 1913-1914.
o Algemeen Handelsblad
o Telegraaf
o Het Volk


